Peter J.R. Vermaat bespreekt in Meander Magazine Nederzettingen. Met name over de titelreeks is hij te spreken. Nadat hij het slotvers daarvan heeft geciteerd klinkt het: ‘Met wat dan begint, is het voorafgaande meteen afgelopen. We weten hoe het gegaan is, zou je kunnen zeggen. Tegelijkertijd schreeuwt zo’n abrupt einde om een vervolg, om een duiding in taal. De dichter laat de lezer achter met honger naar meer. Dat mag een prestatie heten qua compositie. [….] Ook de taal heeft een kwaliteit: die van klank. Veelvuldig terugkerende klinkers en medeklinkers maken de verzen krachtig in de mond.’


In De Boekhouding noemt Richard Foqué Nederzettingen een ‘klein poëtisch meesterwerk’. Een fragment uit zijn recensie: ‘De dichter verbindt op een meesterlijke wijze het mythische verleden met de dagdagelijkse realiteit. Het lijkt moeiteloos uit Bevers’ dichterspen te vloeien maar het is meticuleus en geraffineerd gedaan. Het laat de lezer achter in nadenkende verwondering. [….] Observatie en reflectie vloeien moeiteloos in elkaar en worden gedragen door een tref-rake verwoording en volgehouden ritme.’ Zie:

‘Bert Bevers roept in Nederzettingen een magie op die soms doet denken aan wat Adriaan Roland Holst deed in de poëtische novelle Deirdre en de zonen van Usnach. De werkelijkheid van de oermens wordt knap aangeraakt. Ook het einde van die werkelijkheid komt in beeld: in de verte doemen de cohorten van vreemde legers op. De prehistorie moet het uiteindelijk afleggen tegen de vertegenwoordigers van de historie. [….] Bert Bevers speelt op een doeltreffende manier met tijd, taal en geschiedenis.’
In nummer 75 van het VAT (het Vrijzinnig Antwerps Tijdschrift) verscheen onder de hoofding Door de grens van de tijd van de hand van Erick Kila een artikel over Nederzettingen.
Zie de bladzijden 16 en 17:


Ook aandacht voor Nederzettingen in BoZ in Beeld:

Op Fleurs du mal:


‘Het klinkt als een cliché, maar wat een gave bundel is Nederzettingen. Met groot gemak verplaats jij je naar het raadsel, tegelijk de mystiek van de oertijd en schakel je wat gedichten verder over naar wat bijvoorbeeld een hedendaagse perronchef beroert. Feilloos, met een groot inlevingsvermogen voer je de mens in de prehistorie op. Zestien gedichten lang bouw je gedicht na gedicht een aangename spanning op die nieuwgierig maakt. Als lezer treed ik bescheiden terug en krijg ontzag voor de intermenselijke verhoudingen en leefwijze van toen. Komt ook door de beelden natuurlijk en de krachtige taal. Woorden als mistbergen, hindermachten, ijsdoop, lijftocht, schemerbestaan. Zinsdelen als ‘jongemannen met gaten in hun ziel’, ‘het geheugen bediende zich’, ‘dat je van wapen kunt veranderen maar niet van hart’ etc. En hoe aansprekend is ‘Ook toen was stilte zeldzaam’. Fascinerend allemaal. Komt bij dat de taal warm en klankrijk is, ook in de cyclus Uit de tijd die klinkt als een gezang. In Gedichten uit een stadje in de heuvels blijkt andermaal hoe goed jij als dichter je verstaat met de alledaagsheid van het bestaan. De mensheid als één grote familie. Jij als begenadigd dichter daartussen.’

Frans Budé

Na In de buurt van de wereld, Uit de herinneringen van een souffleur en Arrondissementen is Nederzettingen Bert Bevers’ vierde bundel bij Uitgeverij Kleinood & Grootzeer. De bundel is te bestellen via de uitgever: